informatie vanuit GIANTT
kwaliteitsindicatoren
deelnemers in Groningen
historisch archief
 
 
 
 
 
 
 
home
Eerste inzichten 2004-2005

De eerste inzichten op basis van GIANTT-gegevens uit de huisartspraktijk zijn gepubliceerd in Nr. 45 (10 november 2006) van het Medisch Contact.
U kunt deze
hier bekijken. Daarnaast zijn enkele vergelijkingen tussen 2004-2005 gepubliceerd in Patient Care Nr 3 (feb 2007), die u hier kunt bekijken.

Registratiegraad van diabetesmeetwaarden in de eerste lijn
Op basis van de nulmeting bij ruim 1800 patiŽnten, die volledig in eigen beheer bij de huisarts zijn, en ruim 8000 patiŽnten, die voor hun controles de diabetesdienst van LabNoord bezoeken, is een eerste inzicht gekregen in de geregistreerde diabetesmeetwaarden in 2004. Het percentage geregistreerde meetwaarden in 2004 ligt bij de diabetesdienst tussen de 70 en bijna 100%. Met name HbA1c, bloeddruk en BMI worden voor vrijwel alle patiŽnten minstens jaarlijks geregistreerd. In de elektronische patiŽnten dossiers van de huisartsen ligt het aantal geregistreerde waarnemingen tussen de 50 en ruim 80%. Met name metingen van het lipiden spectrum en de BMI zijn maar voor de helft van de patiŽnten in de dossiers geconstateerd.

Uitkomsten diabetesmeetwaarden in de eerste lijn
Op basis van de nulmeting bij ruim 1800 patiŽnten, die volledig in eigen beheer bij 50 huisartsen zijn, en ruim 8000 patiŽnten, die voor hun controles de diabetesdienst van LabNoord bezoeken, is een eerste inzicht gekregen in de uitkomsten van de diabetesmeetwaarden in 2004. Iets meer dan de helft van de patiŽnten haalt de streefwaarden van maximaal 7% HbA1c en 5 mmol/l totaal cholesterol. Een systolische bloeddruk van maximaal 140 mmHg wordt door iets minder dan 40% van de patiŽnten gehaald. Ruim 20% heeft een gemiddelde systolische bloeddruk van meer dan 160 mmHg.

Opsporen van type 2 diabetes mellitus patiŽnten in de huisartspraktijk
Een eerste stap voor huisartspraktijken die deelnemen aan GIANTT is het in kaart brengen van de eigen diabetespopulatie. Bij de eerste 50 deelnemende huisartsen bleken gemiddeld 74 type 2 patiŽnten per arts te worden opgespoord. Voor het GIANTT project is een algoritme ontwikkeld om type 2 diabetes mellitus patiŽnten met behulp van informatie uit de Huisarts-Informatie-Systemen (HISsen) op te sporen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van diagnosecodering, medicatie, meetwaarden en vrije tekst in het elektronisch patiŽnten dossier. Ook type 2 diabeten met uitsluitend dieet ťn type 2 diabeten uitsluitend behandeld met insulines worden in kaart gebracht. In veel praktijken worden diabeten opgespoord, die om verschillende redenen geen recente controles meer hebben gehad. Gemiddeld 2% van de diabeten wordt niet gevonden op basis van medicatie, ruiter of ICPC code. Tevens worden personen opgespoord, die onterecht in het HIS Ďgeruiterdí of gecodeerd staan als diabetes patiŽnt. Hiermee kan de huisartspraktijk de HIS-registratie opschonen. Het selectie algoritme leverde bij 36 praktijken ruim 6000 mogelijke diabetes patiŽnten op. Na verificatie door de huisartsen bleek 85% daarvan patiŽnten met type 2 diabetes te betreffen.

 

Nulmeting 2006-2007

In augustus 2007 is het nulmeting project Diabeteszorg Groninger Huisartsen gestart. Doelstellingen van dit project zijn:

  1. een procedure voor jaarlijkse verzameling van benodigde gegevens ontwikkelen en implementeren bij huisartsen in de regio Groningen
  2. op basis van (inter)nationaal erkende prestatie-indicatoren een betekenisvolle en bruikbare set van indicatoren selecteren voor rapportages op geaggregeerd zorggroepniveau (externe evaluatie), voor spiegelinformatie op praktijkniveau (interne evaluatie) en voor onderzoek (nulmeting)
  3. een nulmeting uitvoeren in de regio Groningen, waarmee de kwaliteit van diabeteszorg wordt vastgesteld voor 2006 en 2007

Gegevensextractie
Voor de jaarlijkse verzameling van gegevens over de diabeteszorg uit de Huisarts Informatie Systemen (HISsen) is door GIANTT een geautomatiseerde procedure ontwikkeld. In augustus 2008 was deze procedure operationeel voor vijf van de HIS systemen (MicroHis, Promedico VDF, OmniHis, Medicom, Systeem Post). Verwacht wordt dat voor het eind van 2008 nog twee HISsen (Promedico ASP, HetHis) worden ontsloten en in 2009 de overige HISsen. Bij de meeste HISsen worden gegevens zowel uit gestructureerde tabellen (meetwaarden, medicatie) als uit tekstdelen (journaal, correspondentie, probleemlijst) geŽxtraheerd. Bij Medicom bleek echter de correspondentie niet toegankelijk voor de gegevensextractie.

Populatie
Op 1 september 2008 had 87% van de huisartsen in de regio Groningen zich aangemeld voor de nulmeting en jaarlijkse benchmarking (239 huisartsen uit 183 praktijken). De extractie methodiek was op dat moment geÔnstalleerd bij tweederde van de aangemelde huisartspraktijken. Gegevensextractie was afgerond bij 123 huisartsen uit 84 praktijken voor het kalenderjaar 2006 (bijna 8000 patiŽnten) en bij 94 huisartsen uit 65 praktijken voor 2007 (ruim 9000 patiŽnten).

Alle patiŽnten met een door de huisarts bevestigde diagnose type 2 diabetes (T2DM) aan het begin van het rapportagejaar zijn geÔncludeerd voor de nulmeting. De indicatoren zijn berekend voor die patiŽnten, waarvoor de huisarts hoofdbehandelaar is (87%) en die geen bezwaar hebben gemaakt tegen de gegevensverstrekking aan GIANTT. Dit laatste betreft minder dan 0.25% van de patiŽnten.

Figuur 1. Leeftijd en geslachtsopbouw van geÔncludeerde T2DM patiŽnten op 1-1-2007

Indicatoren
Voor de nulmeting is gekozen voor meting per kalenderjaar van

Parameter

Proces-indicatoren

Uitkomst-indicatoren

Geboortedatum

-

populatie beschrijving

Geslacht

-

populatie beschrijving

Jaar van diagnose

-

populatie beschrijving

Alleen lifestyle en diet

% ptn zonder orale glucoseregulerende medicatie*

Orale medicatie

% ptn met orale glucoseregulerende medicatie*

Orale medicatie + insulines

% ptn met orale glucoseregulerende medicatie + insuline*

Insulines

% ptn met insuline zonder orale glucoseregulerende medicatie*

Antihypertensiva

% ptn met antihypertensiva *

Anti-hyperlipidemica

% ptn met anti-hyperlipidemica*

Bloeddruk

% ptn met meetwaarde

% ptn met SBD<140 resp >160

BMI/gewicht

% ptn met meetwaarde

% ptn met BMI<25 resp >30

HbA1c in bloed

% ptn met meetwaarde

% ptn met HbA1c <7.0 resp >8.5

Lipiden in bloed: TC / LDL cholesterol

% ptn met meetwaarde

% ptn met TC < 4.5 resp >5.0

% ptn met LDL<2.5 resp >3.5

Creatinine in bloed of klaring

% ptn met meetwaarde

-

Albumine in urine

% ptn met meetwaarde

-

*  behandeling in totale populatie en in relatie tot gerelateerde (verhoogde) uitkomstmaten  

Resultaten
Kijkend naar de proces-indicatoren, dan blijkt dat de jaarlijkse registratie van BMI en albuminurie duidelijk achterblijft in vergelijking met bepalingen van ondermeer HbA1c, bloeddruk en creatinine. In 2007 waren de percentages patiŽnten met geregistreerde meetwaarden in het HIS: 84% voor HbA1c, 85% bloeddruk, 71% creatinine, 65% totaal cholesterol, 62% LDL-cholesterol, 58% BMI en 46% albuminurie (figuur 2). Ten opzichte van 2006 zijn deze percentages met circa 5-10% gestegen. Worden Medicom-praktijken buiten beschouwing gelaten, waar om technische redenen gegevens niet uit de correspondentie konden worden geŽxtraheerd, dan stijgen deze percentages met maximaal 7% (figuur 2).

Figuur 2. Percentages geregistreerde meetwaarden in 2006 en 2007 (65 praktijken, waarvan 8 Medicom praktijken)

Relatief weinig patiŽnten zijn slecht gereguleerd voor HbA1c (6% met HbA1c>8.5%), bloeddruk (14% met SBD>160mmHg) of lipiden (11% met LDL-cholesterol >3.5mmol/l), terwijl van goede regulatie sprake is bij 60% voor HbA1c (<7%), 61% voor lipiden (LDL<2.5mmol/l) en 43% voor systolische bloeddruk (<140mmHg).
 

Tabel 1. Nulmeting resultaten voor 2006 en 2007 (65 huisartspraktijken)

 

metingen 2006

metingen 2007

uitslagen 2006

uitslagen 2007

Aantal patiŽnten

6063

6967

-

-

Percentage mannen

100%

100%

47.6%

48.1%

Leeftijd (jaren); mediaan (25-75 iqr)

100%

100%

66 (58-75)

67 (58-76)

Diabetesduur (jaren); mediaan (25-75)

98.1%

98.3%

4 (2-8)

4 (2-8)

Body Mass Index (kg/m2)

52.1%

58.1%

30.0 (5.5)

29.9 (5.4)

Percentage ptn met BMI < 25

-

-

13.4%

16.7%

Percentage ptn met BMI > 30

-

-

40.2%

40.2%

Gewicht

60.4%

67.2%

-

-

HbA1c (%)

74.8%

83.8%

6.9 (1.0)

6.9 (1.0)

Percentage ptn met HbA1c < 7.0

-

-

63.7%

60.2%

Percentage ptn met HbA1c > 8.5

-

-

5.8%

5.7%

Systolische bloeddruk SBD (mmHg)

80.5%

84.9%

142 (20)

142 (20)

Diastolische bloeddruk DBD (mmHg)

80.4%

84.9%

79 (10)

78 (10)

Percentage ptn met SBD < 140

-

-

41.2%

43.4%

Percentage ptn met SBD > 160

-

-

14.1%

13.7%

Totaal cholesterol TC (mmol/l)

61.0%

65.3%

4.3 (1.0)

4.3 (1.1)

Percentage ptn met TC < 4.5

-

-

62.3%

59.8%

Percentage ptn met TC > 5.0

-

-

19.9%

22.4%

LDL cholesterol LDL (mmol/l)

54.9%

62.4%

2.3 (0.9)

2.3 (0.9)

Percentage ptn met LDL < 2.5

-

-

61.6%

61.4%

Percentage ptn met LDL > 3.5

-

-

9.4%

10.5%

Albumine in urine of ACR geregistreerd

34.6%

46.0%

-

-

Creatinine in serum of klaring (eGRF)

64.9%

71.4%

-

-

De intensievere behandeling bij hogere HbA1c en bloeddrukwaarden laat zien dat huisartsen wel degelijk handelen bij verhoogde waarden, maar dat sommige patiŽnten de streefdoelen niet halen ondanks intensieve behandeling (figuur 3 en 4). Er lijkt maar een beperkte (behandelings)winst mogelijk om de streefdoelen voor HbA1c en bloeddruk te behalen.
 

Figuur 3. Percentage patiŽnten behandeld met verschillende glucose regulerende medicatie in 2007, ingedeeld naar HbA1c klasse (HbA1c <7%, n=3198; en HbA1c >=7%, n=2129)


Figuur 4. Percentage patiŽnten behandeld met verschillende klassen antihypertensiva in 2007, ingedeeld naar systolische bloeddruk klasse (<140mmHg, n=2376; 140-160mmHg, n=2310, >160mmHg, n=727)

De hoge behandelingsgraad bij lage LDL-cholesterol waarden en de lage behandelingsgraad bij hogere waarden laat zien de lipidenverlagers over het algemeen zeer effectief zijn en er daarnaast nog ruimte voor behandelingswinst is (figuur 5). Bij patiŽnten met geregistreerde (micro)albuminurie lijkt ook nog enige behandelingswinst te zijn, aangezien 20-30% van deze patiŽnten (nog) geen RAS-remmer voorgeschreven krijgt (figuur 6).
 

Figuur 5. Percentage patiŽnten behandeld met verschillende klassen lipidenverlagers in 2007, ingedeeld naar LDL-cholesterol klasse (<2.5 mmol/l, n=2417; 2.5-3.5 mmol/l, n=1105 en >3.5 mmol/l, n=406)

Figuur 6. Percentage patiŽnten behandeld met RAS-remmers en overige antihypertensiva in 2007, ingedeeld naar microalbuminurie klasse (<20mg/l, n=2034; 20-200mg/l, n=628; >200mg/l, n=77)